Franciscaanse digitale bezinningen

Vuur wakkert ons aan!

Hier staat het heilige vuur, verbeeld door de vogel die ik heb gekozen. Voor mij is dit de feniks die zichzelf verbrandt en toch uit de as herrijst. Het beeld verwijst naar de stroom van energie. Energie is immers nooit statisch, maar voortdurend in beweging. Ze laat zich niet vastbinden, ze stroomt van de ene naar de andere, altijd in beweging. Het vuur zelf is een krachtig symbool van die energie.
Wanneer we naar een brandend vuur kijken, zien we dat het nooit stil staat: het beweegt, kringelt, maakt cirkels zonder einde. In India wordt vuur als heilig beschouwd. Bij een huwelijk wordt een vuur ontstoken, dat als getuige fungeert. Het bruidspaar loopt er zeven keer omheen en belooft elkaar trouw en liefde.
Ook in de oudheid was het vuur een bron van bescherming. De haard werd nooit gedoofd, omdat men geloofde dat de warmte en de heiligheid ervan het huis tegen gevaren zouden behoeden. Toen ik het tweede tafereel van het hongerdoek schilderde, dacht ik aan diezelfde beschermende kracht. Vuur zuivert, beschermt tegen ziektekiemen, en in koude streken brengt het mensen samen. Als een iemand het vuur aansteekt dan verzamelen anderen zich eromheen, ze zingen en  vertellen verhalen. Het vuur schept gemeenschap.
Franciscus van Assisi benoemde het vuur als “broeder vuur”. Hij verlicht de nacht, is helder en geeft warmte.  Daarom koos ik hier voor heldere, vurige kleuren – kleuren die licht en vreugde uitstralen. Vuur is blij, het brengt mensen samen. Rond het vuur wordt gedanst, gezongen, gebeden.
Toen Clara en Franciscus elkaar ontmoetten, spraken mensen over een vuur dat brandde. Men probeerde het te doven, maar dit was niet nodig want het was het glorieuze vuur van hun ontmoeting, van de liefde, de saamhorigheid en de vrede. Een vuur dat straalt en niet gedoofd kan worden. Ook vandaag niet. Het beeld van mensen die samenkomen in liefde, vreugde, vrede en met goede gedachten – ook dat is de energie van het vuur.
In het evangelie lezen we hoe Elizabeth zegt: “Zodra het kind in mijn schoot uw groet hoorde, sprong het op.” Johannes de Doper sprong van vreugde, geraakt door de energie van Maria, die Christus droeg. Het was de ontmoeting van twee stromen van energie: Christus en Johannes. Beiden vervuld van nieuw leven, beiden gelukkig. Zo kon Maria het Magnificat zingen – een lofzang van dankbaarheid en nederigheid.
Dit herinnert ons eraan dat ook wij het Magnificat kunnen zingen: God heeft ons zoveel gegeven, Hij verheft de nederigen en brengt de zachtmoedigen tot bloei. Waar energieën elkaar ontmoeten, ontstaat vreugde en leven.
Daarom geloof ik dat wij deze energie moeten sturen naar plaatsen waar ze het meest nodig is. Toen ik dit werk maakte, dacht ik aan Israël en Palestina: ‘God, moge daar vrede komen’. Ik geloof werkelijk dat positieve energie daarheen kan worden gezonden en dat er daardoor veranderingen zullen plaatsvinden.

Volgende

www.franciscaansleven.be

Foto