Geborgen in de moederschoot
Dit beeld verwijst naar Moeder Aarde. Ik heb het symbool van een vogel gekozen. Het is een patrijs die zich vooral op de aarde beweegt en zelden vliegt. Hij stijgt slechts op wanneer er gevaar dreigt. Gewoonlijk leeft hij tussen het gras, dicht bij de aarde. Middenin zijn lijf schilderde ik een ei, het symbool van nieuw leven en voortzetting van de generaties.
De kleuren die ik heb gebruikt – groen, oranje en oker – zijn de kleuren van de aarde. Tegelijkertijd herinneren ze mij aan Kerstmis, waar rood en groen centraal staan. Rood staat voor liefde, groen voor hoop. Kerstmis is immers het feest van liefde én van hoop.
Maria belichaamt dit: zij is de moeder van liefde en hoop voor ons allen. Zij draagt Christus in haar schoot en bereidt zichzelf, en misschien ook de wereld, voor op zijn komst. In haar ‘ja’ aan de Zoon van God klinkt ook een ‘ja’ aan ons allen door. Zo is zij niet enkel de moeder van Christus, maar ook de moeder van alle generaties, van ons allemaal.
Het was voor Maria geen gemakkelijke weg om dit nieuws te ontvangen. In het boek van Carlo Carretto las ik: “Hoe gelukkig zijn jullie die geloven.” Maria moest geloven en vertrouwen, ondanks de gevaren van haar tijd. Ongehuwd en zwanger zijn betekende in haar cultuur een groot risico. Zij moest sterk zijn, maar tegelijk ook ontvankelijk, om moeder van Jezus te kunnen worden. Met de steun van God kon zij haar roeping aanvaarden en de missie vervullen die haar was toevertrouwd.
Deze voorbereiding herinnert mij er aan hoe mensen hun huizen klaarmaken voor Kerstmis. Toen ik kind was, werd het huis grondig schoongemaakt en alles in gereedheid gebracht. Het was een manier om Christus te ontvangen en zorg te dragen voor zijn komst. In India is Kerstmis bovendien altijd een tijd van delen. Op kerstdag, wanneer wij naar de kerk gingen, stonden er vele bedelaars te wachten. Wij deelden ons eten en wat wij van God hadden ontvangen met hen. Ook de dieren werden niet vergeten: zij kregen voedsel, want ook zij maken deel uit van het feest.
Kerstmis verkondigt dat liefde en vrede in de wereld zijn gekomen. Als dat werkelijk zo zou zijn, zou de wereld veranderen en een betere plaats worden. Daarom is Maria voor mij het beeld van een moeder die zich voorbereidt. Wij worden uitgenodigd hetzelfde te doen: ons voorbereiden op het heilige seizoen waarin Christus geboren wordt.
Een mooi voorbeeld van deze houding vind ik bij de Bishnoi-gemeenschap in het noorden van India. Wanneer zij de tarwe oogsten, leggen zij wat zaden apart en zeggen: “Dit is voor de vogels.” Zij voeden de vogels met zorg en tederheid. Vaak hebben zij een handvol graan bij zich om te delen met de vogels in hun omgeving, met de duiven of de pauwen. De vogels weten dat zij daar voedsel krijgen en komen dichterbij. Het is een prachtig gebaar om te delen wat God ons heeft gegeven met de andere schepsels.
Ook in Europa zie ik dergelijke praktijken. Mensen plaatsen kleine huisjes in de bomen en hangen er noten en zaden als voedsel voor de vogels. Onze buurvrouw heeft zelfs een ‘vogelbar’ ingericht. De vogels kunnen niet lezen wat er geschreven staat, maar zij weten dat er eten en drinken voor hen klaarstaat.
De kleuren die ik heb gebruikt – groen, oranje en oker – zijn de kleuren van de aarde. Tegelijkertijd herinneren ze mij aan Kerstmis, waar rood en groen centraal staan. Rood staat voor liefde, groen voor hoop. Kerstmis is immers het feest van liefde én van hoop.
Maria belichaamt dit: zij is de moeder van liefde en hoop voor ons allen. Zij draagt Christus in haar schoot en bereidt zichzelf, en misschien ook de wereld, voor op zijn komst. In haar ‘ja’ aan de Zoon van God klinkt ook een ‘ja’ aan ons allen door. Zo is zij niet enkel de moeder van Christus, maar ook de moeder van alle generaties, van ons allemaal.
Het was voor Maria geen gemakkelijke weg om dit nieuws te ontvangen. In het boek van Carlo Carretto las ik: “Hoe gelukkig zijn jullie die geloven.” Maria moest geloven en vertrouwen, ondanks de gevaren van haar tijd. Ongehuwd en zwanger zijn betekende in haar cultuur een groot risico. Zij moest sterk zijn, maar tegelijk ook ontvankelijk, om moeder van Jezus te kunnen worden. Met de steun van God kon zij haar roeping aanvaarden en de missie vervullen die haar was toevertrouwd.
Deze voorbereiding herinnert mij er aan hoe mensen hun huizen klaarmaken voor Kerstmis. Toen ik kind was, werd het huis grondig schoongemaakt en alles in gereedheid gebracht. Het was een manier om Christus te ontvangen en zorg te dragen voor zijn komst. In India is Kerstmis bovendien altijd een tijd van delen. Op kerstdag, wanneer wij naar de kerk gingen, stonden er vele bedelaars te wachten. Wij deelden ons eten en wat wij van God hadden ontvangen met hen. Ook de dieren werden niet vergeten: zij kregen voedsel, want ook zij maken deel uit van het feest.
Kerstmis verkondigt dat liefde en vrede in de wereld zijn gekomen. Als dat werkelijk zo zou zijn, zou de wereld veranderen en een betere plaats worden. Daarom is Maria voor mij het beeld van een moeder die zich voorbereidt. Wij worden uitgenodigd hetzelfde te doen: ons voorbereiden op het heilige seizoen waarin Christus geboren wordt.
Een mooi voorbeeld van deze houding vind ik bij de Bishnoi-gemeenschap in het noorden van India. Wanneer zij de tarwe oogsten, leggen zij wat zaden apart en zeggen: “Dit is voor de vogels.” Zij voeden de vogels met zorg en tederheid. Vaak hebben zij een handvol graan bij zich om te delen met de vogels in hun omgeving, met de duiven of de pauwen. De vogels weten dat zij daar voedsel krijgen en komen dichterbij. Het is een prachtig gebaar om te delen wat God ons heeft gegeven met de andere schepsels.
Ook in Europa zie ik dergelijke praktijken. Mensen plaatsen kleine huisjes in de bomen en hangen er noten en zaden als voedsel voor de vogels. Onze buurvrouw heeft zelfs een ‘vogelbar’ ingericht. De vogels kunnen niet lezen wat er geschreven staat, maar zij weten dat er eten en drinken voor hen klaarstaat.