Franciscaanse digitale bezinningen

De stroom die je in beweging zet


Heeft de tocht jullie dichter bij de figuur van Franciscus gebracht?

 
Dries: Ik wist wie Franciscus van Assisi was, maar kende die absoluut niet zo goed. Maar op tocht hoor je dan al die anekdotes, verhalen… Daar wordt echt tijd voor gemaakt en dus leer je die historische figuur als mens kennen. Op een manier dat ik daarvoor ook zelden met één specifieke persoon gedaan had. Dat laat een stempel achter. Hij heeft mij geïnspireerd: ik probeer me daar in mijn dagelijkse leven, voor zover ik daar de ruimte voor laat of heb, wel ook een beetje naar te schikken.

Veerle:
Voor mij was het gewoon daar zijn op in die franciscaanse plaatsen dat mij veel dichter bij die spiritualiteit bracht. Het expliciete uit het verhalen, de geschriften over en de verhalen die erin gebeuren, maar dan de reflecties die je daarop maakt, maakt wel dat je je bewuster wordt van een aantal keuzes die je misschien impliciet in je leven maakt, zonder daar veel over na te denken, maar waarvan je voelt van, ergens komt dat vanuit een bepaalde stroom, of vanuit een bepaalde gedragenheid, die je niet per se met iemand of iets gelinkt hebt, maar dan voelen dat dat eigenlijk toch wel ergens bij elkaar hoort, vond ik wel een heel verrijkende ervaring. En vooral ook de ontmoeting met de andere mensen, die soms veel explicieter keuzes maken, die je dan bevragen, verscherpt dat ook wel weer een beetje. Zonder dat ik nu kan zeggen dat ik nu heel bewust franciscaans leef, het is eerder dat impliciete dat er zijn weg vindt.


Hoe was het om als ‘moeder’ of als ‘zoon’ mee op tocht te zijn?

 
Veerle: Van bij het startmoment op tocht hebben we elkaar wat losgelaten. We zaten vaak in een andere stapgroep. Maar gewoon ‘s avonds een stukje thuiskomen bij elkaar vond ik ook wel heel betekenisvol. Ik kon er ook echt oprecht blij van zijn om kort even een babbeltje te doen over de dag of te zien hoe Dries onze slaapplek intussen geïnstalleerd. Je merkt ook dat je als leden van hetzelfde gezin ook op tocht een beetje hetzelfde tempo blijft. Wij vinden het allebei leuk om s'avonds nog iets te lezen of te schrijven.

Dries: Daar genoot ik inderdaad ook wel van! Ik heb nog vele gedichten en terugblikken op mijn smartphone staan die ik ’s avonds uittypte, zoals het gedicht ‘Ademloos’ over de top van de Monte Fionchi.

Veerle: het was ook interessant hoe onze moeder-zoon relatie impliciet ook in de groep beleefd werd. Sommige tochtgenoten waren heel bezorgd of ik als mama alles wel gezien had. Bijvoorbeeld toen Dries wat wijn dronk. Maar ik had er als mama echt alle vertrouwen in en dat inspireerde mensen wel. Onderweg kwamen sommige andere ouders over onze manier van interactie praten.

Dries: ik herinner me ook wel nog die eerste stapdag toen mijn mama het even lastig kreeg. Het was wel even wennen aan het beeld dat mijn mama die veel aan kan, ook wel eens onderuit kan gaan.


Wat is jullie op tocht sterk bijgebleven?

 
Veerle Als ik op reis ben, en zeker in de bergen voel ik me soms zo'n mini stipje op deze planeet. Als je in het gewone leven staat, je persoon is redelijk belangrijk. Denken we bijvoorbeeld aan je job waar je een individuele verantwoordelijkheid draagt. Terwijl als je in dat wijdse landschap stapt, besef je hoe klein je bent. Je beseft dat het individuele aspect er niet zo heel veel toe doet. Je wordt op tocht deel van dat landschap waar je doorheen stapt.

Dries:
Ik had dat gevoel het meest op de top van de Monte Fionchi. Toen werd ik overvallen door de schoonheid en wijdsheid van de natuur. Daar heb ik me klein gevoeld.

Veerle:
Ik koppel dat graag aan die Afrikaanse spiritualiteit van verbondenheid. Hier zijn we echt heel erg bezig met je individuele identiteit. Wie ben je? Wie word je? Wat zijn je dromen? Wat zal je hier nagelaten? Maar door de eeuwen heen zijn mensen misschien gewoon ‘mama’ geweest. Of gewoon deel geweest van een dorpsgemeenschap, zonder dat je daar per se als individu hoeft uit te springen. En dat is genoeg. Dat zijn we kwijtgeraakt. Maatschappelijk gezien leggen we heel veel druk op het individu. We verleren dat gewoon ‘er zijn’ voor elkaar ook goed genoeg is. Op tocht heb ik dat ook zo ervaren in het samen op weg zijn, en elkaar ook moeten vinden in die hele pure basis van dat samen stappen, wachten op elkaar, samen eten, delen wat er is, samen rust vinden. Dat groepsgebeuren maakt je dat je er bewuster van bent. Dat helpt je wel om te beseffen hoe klein en nietig wij uiteindelijk zijn, en toch tegelijk geschapen en gedragen.
 

Wat wens je toekomstige pelgrims toe?
 
Dries: Ik wens ze toe dat ze zich echt laten raken en vooral durven kijken. Dat is mij toen op tocht het meest is bijgebleven. Die staptocht is de reis waar ik het meest heb gezien, ondanks het feit dat we al reizen gemaakt heb met strikt genomen veel meer bezienswaardigheden onderweg. Ik wil elke pelgrim op het hart drukken dat ze kijken naar de omgeving en naar elkaar. En daar echt aanwezig in zijn.

Veerle:
En ook naar de toekomst durven kijken. Ik denk, pelgrimeren is durven kijken, eigenlijk heel expliciet, naar wat je eigenlijk elke dag doet, maar dat dan in groep beleven. Het is ook symbolisch dat we daar in groep samen onderweg zijn. Net door het stappen maak je daar ruimte voor en krijg je tijd om te kijken, te luisteren.
Ik spreek vooral de hoop uit dat wie op weg gaat, diezelfde ervaring een stukje mag hebben als wij. Dat de tocht zo betekenisvol mag zijn dat het een stukje doorwerkt in het leven. En dat je daar ergens, misschien niet altijd zo expliciet, kunt op terugvallen. Dat het een stroom van ervaringen mag zijn die je verder in beweging zet, een continuüm dat een extra diepgang krijgt. In die zin zou je hopen dat we vaker in dat soort ervaringen mogen staan: ik wil het zoveel mogelijk mensen toewensen.

Volgende

www.franciscaansleven.be

Foto