Twee aan twee
Jan De Proft ging in 1982 en 1984 mee op staptocht. Later, in 1993 trok hij samen met Jos Van Dooren vanuit Leuven naar Assisi. Met hun fotoreportage en begeleidende gedichten en dagboekfragmenten trokken ze nadien het land door om te getuigen van hun pelgrimstocht. Dit mooie gedicht komt ook uit die reeks.
TWEE AAN TWEE
Want ik droomde
over twee schaduwen
die een stukje
van de stilte
gingen tellen.
En onderweg had de zon
enkele druppels muziek verzameld
om het gras te voltooien.
Ze proefden het geheim
van een landweg,
en voelden hoe de wind
in hun hand kwam wonen.
Ze hadden gehoord
hoe een panfluit
een nieuwe droom
had geschreven,
hoe een vogel
wat stilte had verplaatst.
Ze hadden gezien waar de zomer
de lente had bewaard,
hoe de nevel zich oefende
om weer een weide te betasten.
En ze aten naast
de schuilplaats
van een waterbron:
brood met de geur
van een tarweveld,
kaas met het beeld
van een koeienveld,
en vruchten,
die zo lekker
in hun handen pasten.
En elke avond mengden ze
de kleuren van de voorbije dag
met de weelde van wat wijn.
En dan knielden ze een gebed.
Misschien voor het einde
van een oorlog.
Of om iemands verdriet
te verzachten.
Of gewoon omdat ze een bloem
hadden begrepen.
Zo werd elke voetstap een sprookje
dat uit maanlicht en genade
gesmolten werd.
En ze verzwegen
dat ze soms
te gelukkig waren.
Want ik droomde
over twee schaduwen
die een stukje
van de stilte
gingen tellen.
En onderweg had de zon
enkele druppels muziek verzameld
om het gras te voltooien.
Ze proefden het geheim
van een landweg,
en voelden hoe de wind
in hun hand kwam wonen.
Ze hadden gehoord
hoe een panfluit
een nieuwe droom
had geschreven,
hoe een vogel
wat stilte had verplaatst.
Ze hadden gezien waar de zomer
de lente had bewaard,
hoe de nevel zich oefende
om weer een weide te betasten.
En ze aten naast
de schuilplaats
van een waterbron:
brood met de geur
van een tarweveld,
kaas met het beeld
van een koeienveld,
en vruchten,
die zo lekker
in hun handen pasten.
En elke avond mengden ze
de kleuren van de voorbije dag
met de weelde van wat wijn.
En dan knielden ze een gebed.
Misschien voor het einde
van een oorlog.
Of om iemands verdriet
te verzachten.
Of gewoon omdat ze een bloem
hadden begrepen.
Zo werd elke voetstap een sprookje
dat uit maanlicht en genade
gesmolten werd.
En ze verzwegen
dat ze soms
te gelukkig waren.