Dansend durven dalen
Wat verkies je: stijgen of dalen?
Ik doe ze alle twee graag, klimmen is meer zwoegen en dalen is een beetje zweven, is meer dansen. Je moet durven dansen, je moet je durven laten gaan en niet bang zijn, je mag niet tegenhouden. Als je begint tegen te houden met de wandelstokken: ik vind dat geen goede manier... Mensen die onzeker zijn hebben een houvast nodig. Maar eigenlijk moet je geen houvast hebben. Je moet durven zweven en durven je voeten eigenlijk laten tikken en gaan.
Hoe heb je de gesprekken onderweg ervaren?
Op zo’n tocht komen er ongelooflijk veel verhalen los. Iedereen loopt met een eigen ‘rugzakje’. Ik herinner me een echtpaar dat hun enige zoon was verloren. Jarenlang hadden ze er niet over kunnen praten, maar tijdens die tocht — zij in de ene groep, hij in de andere — vonden ze eindelijk de woorden. Dat is een wonder.
In het dagelijkse leven is onze tijd gelimiteerd; we hebben afspraken en deadlines. Maar op tocht is er onbeperkte ruimte. Als een gesprek te persoonlijk wordt, kun je even afstand nemen van de groep en met z’n tweeën achterblijven. De tijd is daar aan jouw kant.
Die onbeperkte tijd vertraagt dan bovendien nog eens. Al die gedachten in de bovenkamer vallen naar mate het stappen vordert stil en je beseft ineens hoeveel je bezig hield.
Je bent jarenlang ook meegegaan als stapbegeleider: wat heb je daaruit geleerd?
Elke groepsleider heeft een eigen stijl. In de beginjaren liepen we vaak met Jos mee als we flink wilden doorstappen. Hij was toen nog jong en het tempo lag hoog. Mijn eigen natuur is anders; ik ben meer een ‘moederkloek’. Ik liet de snelle lopers vooruitgaan tot de volgende splitsing, maar zelf bleef ik steevast bij de laatste wandelaars. Mensen die zich onzeker voelden, vonden daar geborgenheid. Ik zorgde ervoor dat zij zich niet opgejaagd voelden en niet ‘op hun adem trapten’. Het gaat om vertrouwen: de wetenschap dat je niet achtergelaten wordt en dat je er, stap voor stap, wel zult komen.
Wat vind je belangrijk bij Franciscus?
Wat ik ook belangrijk vind bij Franciscus is het stukje vreugde. Naast die armoedebeleving, mag er ook echt 'gioia', vreugde zijn. Je mag genieten in het leven. Als je geen al te zotte dingen doet of geen mensen ermee belast, mag je echt genieten. Het kan mooi zijn, en dat mag ook!
Wat is voor jou kenmerkend in die franciscaanse spiritualiteit?
Als mensen vragen hoe ik de franciscanen typeer dan geef ik dit voorbeeldje. Geef jij aan een franciscaan een glaasje water, dan zal hij zeggen: “Oh, dank je wel voor dat glaasje water.” En geef jij dan een glas wijn? “Oh, dank u wel voor het glaasje wijn.” Gewoon tevreden zijn met wat je hebt en ontvangt, en met wat er rond je gebeurt, op het moment dat er is. Of dat nu een glas water is of een glas wijn, je ontvangt het met dezelfde genegenheid en waarde. Die nuchtere dankbaarheid, dat is voor mij de kern.
Wie is Clara voor jou?
In Assisi vind ik het verhaal van Clara zo verrijkend en het is pas daar dat dat verhaal er kan klinken want Clara trok niet rond zoals Franciscus deed. Clara staat voor mij voor de innerlijke, stille kracht, waar Franciscus eerder de buitenkant vertegenwoordigt: het extraverte, het theatrale… Clara was een ongelooflijk sterke vrouw, ondanks haar ziekte en het feit dat ze opgesloten zat in een klooster.
Ik raad mensen die het emotioneel moeilijk hebben vaak aan om over Clara te lezen. Je put er echt kracht uit: je leert terug aan te knopen bij je eigen innerlijke kracht. Franciscus en Clara vormen samen een noodzakelijk evenwicht: de mannelijke en vrouwelijke energie die we allemaal in ons dragen.
Ik vind het dus belangrijk dat Clara ook aan bod komt op de tocht! Franciscus en Clara horen bij elkaar: ze vullen elkaar goed aan! Clara was stabieler dan Franciscus die meer hoogtes en laagtes kende. Clara hield hem een spiegel voor: geïnspireerd door haar levenswijze trok hij zich af en toe terug in grotten en spelonken waar hij ook naar binnen kon keren. Zo leer je ook eerlijk zijn met jezelf.
Ik doe ze alle twee graag, klimmen is meer zwoegen en dalen is een beetje zweven, is meer dansen. Je moet durven dansen, je moet je durven laten gaan en niet bang zijn, je mag niet tegenhouden. Als je begint tegen te houden met de wandelstokken: ik vind dat geen goede manier... Mensen die onzeker zijn hebben een houvast nodig. Maar eigenlijk moet je geen houvast hebben. Je moet durven zweven en durven je voeten eigenlijk laten tikken en gaan.
Hoe heb je de gesprekken onderweg ervaren?
Op zo’n tocht komen er ongelooflijk veel verhalen los. Iedereen loopt met een eigen ‘rugzakje’. Ik herinner me een echtpaar dat hun enige zoon was verloren. Jarenlang hadden ze er niet over kunnen praten, maar tijdens die tocht — zij in de ene groep, hij in de andere — vonden ze eindelijk de woorden. Dat is een wonder.
In het dagelijkse leven is onze tijd gelimiteerd; we hebben afspraken en deadlines. Maar op tocht is er onbeperkte ruimte. Als een gesprek te persoonlijk wordt, kun je even afstand nemen van de groep en met z’n tweeën achterblijven. De tijd is daar aan jouw kant.
Die onbeperkte tijd vertraagt dan bovendien nog eens. Al die gedachten in de bovenkamer vallen naar mate het stappen vordert stil en je beseft ineens hoeveel je bezig hield.
Je bent jarenlang ook meegegaan als stapbegeleider: wat heb je daaruit geleerd?
Elke groepsleider heeft een eigen stijl. In de beginjaren liepen we vaak met Jos mee als we flink wilden doorstappen. Hij was toen nog jong en het tempo lag hoog. Mijn eigen natuur is anders; ik ben meer een ‘moederkloek’. Ik liet de snelle lopers vooruitgaan tot de volgende splitsing, maar zelf bleef ik steevast bij de laatste wandelaars. Mensen die zich onzeker voelden, vonden daar geborgenheid. Ik zorgde ervoor dat zij zich niet opgejaagd voelden en niet ‘op hun adem trapten’. Het gaat om vertrouwen: de wetenschap dat je niet achtergelaten wordt en dat je er, stap voor stap, wel zult komen.
Wat vind je belangrijk bij Franciscus?
Wat ik ook belangrijk vind bij Franciscus is het stukje vreugde. Naast die armoedebeleving, mag er ook echt 'gioia', vreugde zijn. Je mag genieten in het leven. Als je geen al te zotte dingen doet of geen mensen ermee belast, mag je echt genieten. Het kan mooi zijn, en dat mag ook!
Wat is voor jou kenmerkend in die franciscaanse spiritualiteit?
Als mensen vragen hoe ik de franciscanen typeer dan geef ik dit voorbeeldje. Geef jij aan een franciscaan een glaasje water, dan zal hij zeggen: “Oh, dank je wel voor dat glaasje water.” En geef jij dan een glas wijn? “Oh, dank u wel voor het glaasje wijn.” Gewoon tevreden zijn met wat je hebt en ontvangt, en met wat er rond je gebeurt, op het moment dat er is. Of dat nu een glas water is of een glas wijn, je ontvangt het met dezelfde genegenheid en waarde. Die nuchtere dankbaarheid, dat is voor mij de kern.
Wie is Clara voor jou?
In Assisi vind ik het verhaal van Clara zo verrijkend en het is pas daar dat dat verhaal er kan klinken want Clara trok niet rond zoals Franciscus deed. Clara staat voor mij voor de innerlijke, stille kracht, waar Franciscus eerder de buitenkant vertegenwoordigt: het extraverte, het theatrale… Clara was een ongelooflijk sterke vrouw, ondanks haar ziekte en het feit dat ze opgesloten zat in een klooster.
Ik raad mensen die het emotioneel moeilijk hebben vaak aan om over Clara te lezen. Je put er echt kracht uit: je leert terug aan te knopen bij je eigen innerlijke kracht. Franciscus en Clara vormen samen een noodzakelijk evenwicht: de mannelijke en vrouwelijke energie die we allemaal in ons dragen.
Ik vind het dus belangrijk dat Clara ook aan bod komt op de tocht! Franciscus en Clara horen bij elkaar: ze vullen elkaar goed aan! Clara was stabieler dan Franciscus die meer hoogtes en laagtes kende. Clara hield hem een spiegel voor: geïnspireerd door haar levenswijze trok hij zich af en toe terug in grotten en spelonken waar hij ook naar binnen kon keren. Zo leer je ook eerlijk zijn met jezelf.