Oefening in geduld
Wat heeft de tocht voor jou betekend?
De dingen die ik destijds heb ervaren, ook op fysiek vlak, leerden me dat je eigenlijk met heel weinig toekomt. Ik merkte dat bezit niet zo belangrijk is en dat riep de vraag bij me op: "Hoe ga ik om met bezit?" In die tijd worstelde ik met de vraag of ik wel of niet een huis zou kopen. Uiteindelijk hebben we dat wel gedaan, maar de vraag bleef: hoe ga je daar vervolgens mee om en hoe open sta je naar de wereld?
Die twee zaken — voelen dat je met weinig toe kunt en de vraag hoe je omgaat met bezit — waren voor mij cruciaal, zeker in die eerste jaren. Later ben ik me verder gaan verdiepen in de figuur van Franciscus. Daarbij speelde mijn 'misvorming' als historicus een rol: ik wilde weten in welke context die man leefde en wat hij precies deed. Franciscus zette de wereld van zijn tijd behoorlijk op zijn kop toen hij met een dramatisch gebaar zijn kleren afwierp en afstand deed van de levenswijze die in zijn kringen gangbaar was. Hij koos resoluut voor de andere kant en wilde niets meer met die vorm van bezit te maken hebben.
Wat kun je daar vandaag de dag mee, in onze wereldwijde kapitalistische maatschappij? Vooral door het lezen van Leonardo Boff ontdekte ik dat de figuur van Franciscus ook in de hedendaagse context veel te bieden heeft. De maatschappelijke context is bij mij altijd een sterke insteek geweest. Ik zie de franciscaanse spiritualiteit niet zozeer als iets wat me helpt te begrijpen wie ik zelf ben, maar eerder als een bevestiging van hoe je met het geloof omgaat in een bepaalde samenleving. Ik las ooit een citaat, volgens mij van Karl Barth, die zei: "Een christen leeft met in de ene hand het evangelie en in de andere de krant." Je kijkt in wat voor maatschappij we leven en onderzoekt wat je daar kunt doen met de inspiratie van het evangelie of van Franciscus.
Bij Franciscus zie je drie heel belangrijke invalshoeken: de keuze voor de armen, de keuze voor vrede en de ecologie. Dit waren precies de drie grote sociale bewegingen die in opkomst waren toen ik jong was en in de jaren zeventig en tachtig begon mee te gaan op voettochten. Wat betekent de keuze voor de armen of de keuze voor vrede vandaag de dag? Vrede is voor mij niet enkel vrede met jezelf, maar heeft een maatschappelijke dimensie. Je lost problemen niet op door oorlog te voeren; dat zei Franciscus al tegen de sultan. De jaren tachtig waren ook de jaren van de grote vredesmanifestaties en de rakettenbetogingen. Mijn verankerde spiritualiteit onderhoud ik door in groep met mensen te discussiëren en samen te werken in de samenleving.
Wat heb je als stapbegeleider gaandeweg geleerd op tocht?
Iets heel belangrijks dat ik daarbij heb geleerd, is geduld. Ik was gewend om alleen of met twee te wandelen, maar met een groep op stap gaan — samen vertrekken en samen aankomen, zoals een fanfare — was soms confronterend. Zeker in het begin merkte ik dat sommige mensen minder goed meekonden. Ik heb moeten leren om daar aandacht voor te hebben en te zorgen dat iedereen zich goed voelt in de groep. Ben je er niet binnen een uur, dan ben je er binnen anderhalf uur; we komen er wel.
Ook het omgaan met de grote diversiteit in de groep was een leerproces: mensen met verschillende achtergronden, verwachtingen en fysieke mogelijkheden bij elkaar houden. Dat laatste viel me overigens niet zo zwaar; door mijn jaren in het onderwijs was ik gewend aan een grote verscheidenheid aan collega's en leerlingen.
Wat ik op tocht onderweg wel heel graag deed, was verhalen en anekdotes vertellen over het leven van Franciscus. Die eindigden dan vaak met de gevleugelde woorden: "Se non è vero, è ben trovato!" (als het niet waar is, is het toch goed gevonden). Maar uiteindelijk is het toch vooral dat geduld dat voor mij persoonlijk een waardevolle les is geweest.
De dingen die ik destijds heb ervaren, ook op fysiek vlak, leerden me dat je eigenlijk met heel weinig toekomt. Ik merkte dat bezit niet zo belangrijk is en dat riep de vraag bij me op: "Hoe ga ik om met bezit?" In die tijd worstelde ik met de vraag of ik wel of niet een huis zou kopen. Uiteindelijk hebben we dat wel gedaan, maar de vraag bleef: hoe ga je daar vervolgens mee om en hoe open sta je naar de wereld?
Die twee zaken — voelen dat je met weinig toe kunt en de vraag hoe je omgaat met bezit — waren voor mij cruciaal, zeker in die eerste jaren. Later ben ik me verder gaan verdiepen in de figuur van Franciscus. Daarbij speelde mijn 'misvorming' als historicus een rol: ik wilde weten in welke context die man leefde en wat hij precies deed. Franciscus zette de wereld van zijn tijd behoorlijk op zijn kop toen hij met een dramatisch gebaar zijn kleren afwierp en afstand deed van de levenswijze die in zijn kringen gangbaar was. Hij koos resoluut voor de andere kant en wilde niets meer met die vorm van bezit te maken hebben.
Wat kun je daar vandaag de dag mee, in onze wereldwijde kapitalistische maatschappij? Vooral door het lezen van Leonardo Boff ontdekte ik dat de figuur van Franciscus ook in de hedendaagse context veel te bieden heeft. De maatschappelijke context is bij mij altijd een sterke insteek geweest. Ik zie de franciscaanse spiritualiteit niet zozeer als iets wat me helpt te begrijpen wie ik zelf ben, maar eerder als een bevestiging van hoe je met het geloof omgaat in een bepaalde samenleving. Ik las ooit een citaat, volgens mij van Karl Barth, die zei: "Een christen leeft met in de ene hand het evangelie en in de andere de krant." Je kijkt in wat voor maatschappij we leven en onderzoekt wat je daar kunt doen met de inspiratie van het evangelie of van Franciscus.
Bij Franciscus zie je drie heel belangrijke invalshoeken: de keuze voor de armen, de keuze voor vrede en de ecologie. Dit waren precies de drie grote sociale bewegingen die in opkomst waren toen ik jong was en in de jaren zeventig en tachtig begon mee te gaan op voettochten. Wat betekent de keuze voor de armen of de keuze voor vrede vandaag de dag? Vrede is voor mij niet enkel vrede met jezelf, maar heeft een maatschappelijke dimensie. Je lost problemen niet op door oorlog te voeren; dat zei Franciscus al tegen de sultan. De jaren tachtig waren ook de jaren van de grote vredesmanifestaties en de rakettenbetogingen. Mijn verankerde spiritualiteit onderhoud ik door in groep met mensen te discussiëren en samen te werken in de samenleving.
Wat heb je als stapbegeleider gaandeweg geleerd op tocht?
Iets heel belangrijks dat ik daarbij heb geleerd, is geduld. Ik was gewend om alleen of met twee te wandelen, maar met een groep op stap gaan — samen vertrekken en samen aankomen, zoals een fanfare — was soms confronterend. Zeker in het begin merkte ik dat sommige mensen minder goed meekonden. Ik heb moeten leren om daar aandacht voor te hebben en te zorgen dat iedereen zich goed voelt in de groep. Ben je er niet binnen een uur, dan ben je er binnen anderhalf uur; we komen er wel.
Ook het omgaan met de grote diversiteit in de groep was een leerproces: mensen met verschillende achtergronden, verwachtingen en fysieke mogelijkheden bij elkaar houden. Dat laatste viel me overigens niet zo zwaar; door mijn jaren in het onderwijs was ik gewend aan een grote verscheidenheid aan collega's en leerlingen.
Wat ik op tocht onderweg wel heel graag deed, was verhalen en anekdotes vertellen over het leven van Franciscus. Die eindigden dan vaak met de gevleugelde woorden: "Se non è vero, è ben trovato!" (als het niet waar is, is het toch goed gevonden). Maar uiteindelijk is het toch vooral dat geduld dat voor mij persoonlijk een waardevolle les is geweest.